De knoop is (finaal) doorgehakt: de meerwaardebelasting op financiële activa is recent goedgekeurd en geldt retroactief voor meerwaarden die je realiseert vanaf 1 januari 2026. Dat betekent dat verkopen met winst die je al deed sinds nieuwjaar in principe binnen het nieuwe regime kunnen vallen.
Voor ondernemers en beleggers is dit geen detail. Het raakt privébeleggingen, portefeuilles in de familiecontext en ook constructies met vruchtgebruik en blote eigendom. Hieronder zetten we de grote lijnen helder op een rij, zonder te verdwalen in theorie.
1) Wat wordt precies belast?
De kern is eenvoudig: je betaalt in principe 10 procent belasting op de nettomeerwaarde die je realiseert bij de overdracht onder bezwarende titel van financiële activa in het kader van normaal beheer van je privévermogen.
Het gaat om een brede waaier van activa, zoals:
-
effecten: aandelen, obligaties, trackers, derivaten
-
bepaalde verzekeringsproducten zoals tak 21 en tak 23
-
cryptoactiva
-
valuta en beleggingsgoud
Bepaalde producten blijven buiten schot, zoals pensioensparen, groepsverzekeringen en langetermijnsparen.
2) Wie valt onder de regeling?
De meerwaardebelasting geldt voor natuurlijke personen en ook voor bepaalde non profitorganisaties die onder de rechtspersonenbelasting vallen.
Belangrijk: dit gaat over privévermogen. Speculatieve verrichtingen of beroepsmatige context blijven onder andere regels vallen.
3) De vrijstelling: hoe werkt die in de praktijk?
Er is een jaarlijkse vrijstelling op de eerste schijf van gerealiseerde meerwaarden. In de communicatie rond de maatregel wordt doorgaans 10.000 euro per jaar genoemd, met een mogelijkheid om een ongebruikte schijf beperkt over te dragen.
Voor veel kmo ondernemers die niet elke maand handelen, maakt net die vrijstelling het verschil tussen “administratief lastig” en “beheerbaar”.
4) Retroactief vanaf 1 januari 2026: wat betekent dat concreet?
De wet is goedgekeurd in april 2026 en is retroactief van toepassing op meerwaarden gerealiseerd sinds 1 januari 2026.
Praktisch gevolg:
-
transacties in de eerste maanden van 2026 kunnen al onder de belasting vallen
-
de inning en verwerking wordt stapsgewijs uitgerold, onder meer via bronheffing en een overgangsregeling
5) De “foto” van 31 december 2025: historiek wordt afgeschermd
Voor beleggingen die je al had vóór 1 januari 2026 geldt het principe dat historische meerwaarden niet belast worden. Daarom wordt gewerkt met een referentiewaarde rond eind 2025 als startpunt voor de berekening van latere meerwaarden.
Voor veel beleggers betekent dit dat banken in hun rapportering een startwaarde voorzien die als basis dient voor latere berekeningen.
6) Vruchtgebruik en blote eigendom: wie betaalt de meerwaardebelasting?
Dit is een belangrijk punt in familiale planning. Als financiële activa gesplitst zijn in vruchtgebruik en blote eigendom, wordt de meerwaarde in principe belast bij de blote eigenaar. Dat is logisch vanuit eigendomsperspectief, maar het kan wel wringen met wie de verkoopopbrengst of het beheer ervaart in de praktijk.
Heb je zulke structuur in je portefeuille of in een familiale planning, dan loont het om de afspraken en mogelijke impact vooraf te bekijken.
7) Wat doe je nu best als ondernemer of belegger?
Drie stappen die vandaag al helpen:
-
Maak een lijst van verkopen sinds 1 januari 2026 en koppel daar de gerealiseerde winst aan.
-
Verzamel de startwaarden of rapportering rond 31 december 2025 van je bank of broker.
-
Kijk extra goed naar situaties met vruchtgebruik en blote eigendom, of bij schenkingen en erfenissen, omdat de berekening en belastingplicht daar anders kunnen aanvoelen.
We helpen je graag verder
De meerwaardebelasting is goedgekeurd, retroactief en breed in toepassing. Maar de impact hangt sterk af van je beleggingsgedrag, je planning en je structuur. Bij Finum Accountants bekijken we graag wat dit betekent voor jou als ondernemer of belegger en welke acties vandaag logisch zijn, zonder overhaaste beslissingen.
Neem gerust contact met ons op.

